|
Het Syndroom van Gilles de la Tourette is een neuro-psychiatrische aandoening die gekenmerkt wordt door tics. Een tic is een plotselinge, snelle, herhaalde, niet-ritmische stereotiepe, motorische beweging of vocale uiting. Niet iedereen met een tic heeft GTS. Daar is pas sprake van als men voldoet aan de volgende criteria:
Voorbeelden van motorische tics (ook wel bewegingstics genoemd):
Voorbeelden van vocale tics (ook wel geluidstics genoemd):
De meeste hierboven vermelde tics zijn enkelvoudige tics; één beweging of klank die telkens kortstondig en explosief wordt gemaakt. Veel mensen met GTS hebben ook cognitieve- of gedachtentics. Cognitieve tics zijn doelloze gedachten of beelden die zich steeds maar weer opdringen, zoals het bedenken van woorden met een bepaalde letter, in gedachten optelsommetjes maken die per se op zeven moeten uitkomen of in stilte woorden herhalen. Co-morbiditeitGTS is een uiterst co-morbide aandoening; heel veel mensen met het Tourette-syndroom hebben ook andere symptomen of verschijnselen zoals:
Deze bijkomende verschijnselen kunnen minstens zo verstorend zijn als de tics zelf. Mensen met het Tourette-syndroom zijn vaak impulsief van aard en heftig in hun reacties. Het syndroom versterkt hun emoties. Behalve de oorzaken die horen bij de hierboven genoemde begeleidende verschijnselen komen ook spanningsverschijnselen, emotionele stoornissen (angst, depressieve gevoelens, woede) en slaapstoornissen opvallend vaak voor.
Misverstand Het Tourette-syndroom is een aandoening die vele varianten kent; geen twee Tourette-patienten zijn hetzelfde. Het syndroom is dus ook niet synoniem aan vloeken en schelden; dit is een hardnekkig misverstand! Coprolalie (het uitroepen van obsceniteiten) komt slechts voor bij minder dan 10% van de Tourette-patienten.
Hoeveel mensen hebben GTS? In Nederland zijn er naar schatting zo'n 16.000 mensen die GTS hebben en met storende klachten ooit een arts hebben bezocht. Daarnaast zijn er velen die vaak niet weten dat zij GTS hebben of in een dergelijk lichte mate dat dit het dagelijks functioneren niet in de weg staat. Bij 1: 200 mensen is hiervan sprake.
|
|
|
